“Op één A4-tje …”

 

 

Bij wijze van vooraf

 

“Schrijf eens op één A4-tje, dus op één bladzijde ….”, zo begon in mijn middelbare schooltijd menige huiswerkopdracht. 
Eén A4-tje, dat was natuurlijk geen willekeurig gekozen formaat, zo dwong de leraar je om kort en kernachtig zijn vragen te beantwoorden, zonder eindeloos geleuter, of andere zijpaden.

 

In deze rubriek wil ik dezelfde methode gebruiken. Vaak vallen mij allerlei gedachten in en die noteer wil ik dan kort op één A4-tje. Die A4-tjes leg ik eerst een tijdje terzijde, maar later herlees ik ze. Vaak verscheur ik dan het papier en het verdwijnt in de prullenbak, maar soms meen ik, dat ik toch enkele zinvolle gedachten heb opgeschreven, en dan bewaar ik die A4-tjes, bijvoorbeeld voor deze rubriek. 

 

1.

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde. Ze hebben daar geen woorden voor, maar diep in hun hart voelen ze dat er “iets” is.
Er zijn ook mensen die geloven in een soort oergod (vroeger zouden we hem een Schepper God noemen) die optrad in het oerbegin van hemel en aarde, maar die nadat hij de motor van het heelal in werking had gezet, van een eeuwige sabbatsrust is gaan genieten.
Weer anderen zien God als een louter menselijke uitvinding, vooral bedoeld om kleine mensen dom en afhankelijk te houden; maar nu de mens is mondig geworden heeft hij die God niet meer nodig.
En dan zijn er ook mensen, die beseffen dat het spreken over God van alle tijden en plaatsen is, maar dat iedere tijd zijn eigen mythen en riten schept, want God is steeds groter dan onze beelden en woorden. 

Ik vraag me af, als wij mensen zo over God kunnen denken, dan moet God ook iets menselijks hebben. En dan moet het dat zijn, wat ons tot echte mensen maakt. Op de vraag wie of wat God is worden uiteenlopende antwoorden gegeven, maar zelf denk ik, dat het antwoord “liefde” is: God is liefde en wordt door ons mensen in de liefde gekend. Liefde maakt ons tot mensen. Liefde is dan niet het (menselijk) vermogen tot seks en voortplanting, maar de diep-menselijke ervaring dat, wat wij voor onze medemens kunnen betekenen, ons leven zinvol maakt.

 

God wordt dus ervaren en gekend in de liefde en uiteindelijk is God liefde.
Toch merkwaardig, God werd altijd gezien als een almachtige koning (met een grote witte baard), of als een alwetende, allesbepalende, alomtegenwoordige grootheid, maar God komt ons juist tastbaar nabij, in het meest intieme en meest kwetsbare waarin wij mensen mens kunnen zijn: de liefde.

2.

 

Ik herinner me een klein grapje uit mijn kindertijd. Een smoorverliefde dertien- of veertienjarige jongen schreef aan zijn kersverse vriendinnetje:
“Ik zou alle bergen willen oversteken, om bij jou te kunnen komen, ik zou alle zeeën willen overzwemmen om jou in je ogen te kunnen kijken, ik zou de wereld rond willen lopen om even met jou te kunnen spreken.
P.S. Ik kom vrijdagmiddag, als het niet regent”.


Waarom glimlachen we als we zo’n tekst lezen. Is dat vanwege de zo herkenbare prille kalverliefde? Of is het misschien omdat we voelen dat deze grootse dichterlijke woorden, toch wel heel ver blijken af te staan van het leven van alledag?

Er zijn duizenden gedichten over de liefde geschreven, er zijn ontelbare liedjes over de liefde gezongen, maar liefde valt niet in woorden te vatten, liefde wordt uiteindelijk alleen tastbaar in wat ze tussen mensen in beweging zet.
Liefde is hoe mensen omwille van elkaar op een andere manier gaan leven, liefde is hoe mensen zich laten raken door de nood van een ander. Liefde is ontdekken, hoe uniek je medemens is. Liefde is wat mensen – zonder klagen, zonder vragen – voor elkaar over hebben: een moeder voor haar kinderen, volwassen kinderen voor hun kwetsbare moeder, een mantelzorgen voor een familielid of een buurvrouw, of een vrijwilliger voor mensen in een verpleeghuis of zorginstelling.

Liefde is mooi, maar blijkt steeds: liefde moet wel gedaan worden. Liefde gebeurt niet in regeringen of in organisaties met hun mooie doelstellingen en reglementen. Liefde gebeurt steeds tussen mensen. Dat is ook het mooie van de liefde. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben, je hoeft er niet rijk of jong voor te zijn. Liefde is ten diepste een wijze van leven: in wat je voor een ander, of voor anderen betekent, ontdek je tot je eigen verbazing, dat jouw eigen leven ineens veel meer de moeite waard geworden is.
Liefde wijst ons een weg in het leven.

3.

 

Eén van de meest opmerkelijke stukken in de Bijbel vind ik het verhaal dat is opgetekend in de zogenaamde “eschatologische rede”, van het Matteüsevangelie (de rede over het einde der tijden, hoofdstuk 24 en 25), het verhaal van het oordeel over de schapen en de bokken (Matt. 25, 31-46). 
Het is een opmerkelijk en tegenwoordig wat minder geliefd verhaal, omdat het einde der tijden - meestal het laatste oordeel genoemd - tegenwoordig geen hot issue meer is.

Toch zal de gedachte onder het verhaal veel mensen van nu nog aanspreken: iedere mens zal eens verantwoording moeten afleggen over zijn (of haar) leven. Wat heb je met je leven, je tijd en je energie gedaan? Hoe heb je je talenten benut?

Ik heb regelmatig mensen in hun laatste levensdagen mogen ontmoeten en sommigen konden voor hun eigen gevoel terugzien op een “voltooid leven”, dat wil zeggen, ze hadden het gevoel dat ze op een goede wijze hadden geleefd en in hun leven de best mogelijke keuzes hadden gemaakt. “Ik zou, als ik opnieuw mocht beginnen, het weet op dezelfde manier doen”. “Mijn kinderen zijn goed terecht gekomen, ik heb genoten van mijn kleinkinderen; het is goed zo!”

In ons Bijbelverhaal is het God, die mensen vraagt rekenschap over hun leven af te leggen. Hij oordeelt over de mensen en deelt ze in in twee groepen, aan zijn rechterhand de schapen (de rechtvaardigen) en aan zijn linkerhand de bokken (de veroordeelden).
Maar op grond waarvan noemt God de ene groep rechtvaardig en veroordeelt Hij de andere groep? En dat betekent voor de lezer natuurlijk ook: hoe kun je ervoor zorgen dat je later aan de goede (rechter-)kant van de streep terechtkomt!
In het verhaal telt op dat kritieke moment niet of je wel of niet in God gelooft, of je wel of niet gedoopt bent. Ook telt niet of je veel gebeden hebt en of een trouw kerkganger bent geweest. Nee, de mensen worden alleen geoordeeld op hun gedrag, op in hoeverre ze in hun leven barmhartig zijn geweest. En het verhaal somt dan de overbekende werken van barmhartigheid op: de hongerigen te eten geven, de dorstigen te drinken geven, enz.
Waar het bij God om gaat is wat ik als mens in mijn leven betekend heb voor mijn medemens, in het bijzonder mijn medemens in nood.

Typisch Jezus, zou ik dan zeggen. Terwijl in zijn tijd de Farizeeën mensen beoordelen (en veroordelen) op in hoeverre ze zich houden aan de wetten van Mozes, terwijl wij misschien geneigd zijn te denken, dat God ons wel allereerst zal oordelen op onze religieuze levenshouding, kijkt Jezus vooral naar hoe mensen hun geloof in praktijk hebben gebracht. “Niet zij, die Heer, Heer roepen, maar zij die de wil van mijn Vader doen, zullen het Rijk der hemelen binnengaan” (Matt. 7, 21). Dat is de kern van het evangelie.

Jezus ziet God als een liefhebbende Vader die steeds barmhartig is en bereid te vergeven. God heeft hart voor ons, mensen. Geloven in God betekent daarom op de eerste plaats ook hart hebben voor je medemensen, die in Gods ogen immers je broers en zussen zijn.
Daartoe daagt Jezus ons in dit verhaal in Gods naam uit: mensen te zijn met een hart, want wie zo leeft zal eeuwig leven.
Dat “eeuwig” vinden we ook zo’n moeilijk woord. Misschien moeten we het maar zo zeggen: Wie hart heeft voor mensen in nood, dichtbij en veraf, verstaat waartoe wij mensen in het leven geroepen zijn. 

4.

 

 Eén van de meest populaire verhalen uit het evangelie is het door Lucas opgetekende verhaal van de Emmaüsgangers (Lucas 24). U weet wel, het verhaal van die twee mannen die het na Goede Vrijdag voor gezien houden en vanuit Jeruzalem teruggaan naar het dorp waar ze vandaan kwamen: Emmaüs.

Waarom spreekt dit verhaal zoveel mensen aan? Aan de ene kant kan het verhaal ons duidelijk maken wat een goed gesprek in mensen kan losmaken, aan de andere kant is er het spannende en mysterieuze van die onbekende vreemdeling die pas herkend wordt in het breken van het brood.

Het begin van het verhaal is oh zo herkenbaar; mensen die in hun leven iets ingrijpends meegemaakt hebben raken daar niet over uitgepraat. Door te praten proberen ze het gebeuren een plaats in hun leven te geven, want spreken over wat je ter harte gaat, dat lucht op! En omdat ze allebei hetzelfde hebben meegemaakt, knikken ze heftig ja, bij alles wat ze horen: “Ja, dat vind ik ook, ja, ik voel precies hetzelfde”.

En dan komt er een derde bijlopen, waar hij vandaan komt, waar hij naar op weg is, we weten het niet, maar hij doet wel direct mee in het gesprek. Hij blijkt niets over die Jezus te weten. “Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat u niets gehoord heeft over die Jezus?” En de twee vertellen hem nog eens het hele verhaal van hun grote teleurstelling.
De vreemdeling luistert, maar antwoordt niet door te gaan vertellen over wat hij allemaal in zijn leven aan teleurstellingen heeft meegemaakt, nee als een ware Schriftgeleerde maakt hij hen duidelijk wat in de Bijbel staat over het lijden en de opstanding van de Messias. Is die Jezus dan toch meer dan een mislukte profeet? De twijfel slaat toe.

U weet natuurlijk hoe het verhaal verder gaat, over hoe de twee in de vreemdeling de verrezen Heer herkennen in het breken van het brood en dan – heel letterlijk! – opstaan (ook zij verrijzen uit de dood!) en omkeren: hun plaats is in Jeruzalem en niet hier in Emmaüs. Ze hebben de verrijzenis van Jezus aan den lijve ervaren, en hun leven is op zijn kop gezet.

Maar dit alles begon met het gesprek van die twee mensen onderweg. Als mensen met elkaar in gesprek gaan, als mensen met elkaar spreken over wat hen in het leven bezighoudt, dan openen zich nieuwe perspectieven. Dan is het net of er een derde meeloopt, die net wat anders tegen jouw werkelijkheid aankijkt, waardoor je ook zelf gaat zien, wat tot dan toe voor je verborgen bleef.
“Brandde ons hart niet, toen hij onderweg met ons sprak?”, zeggen de Emmaüsgangers tegen elkaar. Een goed gesprek raakt je in je hart. Je wordt er warm van, je hart brandt in je binnenste.
Het verhaal van deze twee mensen vertelt ons over de kracht van de dialoog. “Waar twee of drie in mijn naam samenzijn, ben ik in hun midden”, staat ook in het evangelie. Dat geldt voor de Emmaüsgangers, dat geldt ook voor ons als we met elkaar op weg durven gaan, en bereid zijn ons hart voor elkaar te openen.