Jules Chevalier en de Heilig Hartdevotie


 

In 1824 wordt in Het Franse stadje Richelieu een jongen geboren, Jules Chevalier. Hij is het derde kind in het gezin en eigenlijk een nakomertje. Hij wordt vooral opgevoed door zijn oma, die heel gelovig is.
De Franse kerk had het heel moeilijk in die tijd, ze had veel geleden onder de Franse revolutie en was veel van haar bezittingen en privileges kwijtgeraakt. Maar erger was misschien, dat het Franse Volk sterk was gedemoraliseerd door de Revolutie en alles wat er daarna gebeurde tot en met de verloren slag bij Waterloo in 1815.
De boeren en de arbeiders leefden in grote armoede en stonden veelal onverschillig tegenover kerk en godsdienst. De revolutie had hen niet de vrijheid, gelijkheid en broederschap gebracht, waarop iedereen hoopte, en de kerk werd vaak (terecht!) geassocieerd met het oude regime van de koning en de adel, en ook van hen hadden boeren en arbeiders niets te verwachten.

Jules Chevalier had al op jonge leeftijd het besef dat hij priester wilde worden, maar zijn ouders hadden geen geld voor het seminarie. Maar toen Jules zeventien was, gebeurde er een klein wonder: hij kreeg een studiebeurs van de baas zijn vader en kon gaan studeren op het seminarie in Bourges. Hij was daar een oplettende, wat introverte student, tot hij in 1850 in zijn studie geraakt werd door de betekenis van het Heilig Hart. In een tijd waarin iedereen God zag als een machtige koning, als een hoogste rechter, ging hij God zien als een liefdevolle vader en Jezus als degene die de liefde van God in woord en daad zichtbaar maakte.
Hij zag de devotie tot het Heilig Hart (als teken van de goddelijke liefde) als een medicijn tegen het materialisme en de religieuze onverschilligheid van zijn tijd. De kerk moest die devotie in woord en daad verkondigen, door zelf hart te hebben voor de mensen, vooral de armen die leden onder de nood van hun tijd. Als de kerk zou gaan leven vanuit deze devotie (dus partij kiezen voor de armen), zou de kerk zich kunnen vernieuwen en zou de crisis in kerk en samenleving overwonnen kunnen worden. Daarvan was hij ten diepste overtuigd.

 

Jules Chevalier werd in 1851 priester gewijd en werd enkele jaren later tot pastoor van de parochie Issoudun benoemd. Issoudun was in die tijd een tamelijk grote stad in Midden Frankrijk, met veel armoede en weinig kerkelijke betrokkenheid. In die stad stichtte pater Chevalier in 1854 de congregatie van de Missionarissen van het Heilig Hart, waarin hij paters en broeders, zusters, diocesane priesters, maar ook leken, wilde verenigen, die zich wilden inzetten voor de verspreiding van de Heilig Hartdevotie.

 

Was pater Chevalier nu uniek? Het antwoord moet zijn: ja en nee!
Nee, omdat pater Chevalier aansloot bij de in Frankrijk al veel langer bestaande Heilig Hart-devotie. En er waren al heel wat bewegingen die aan het Heilig Hart waren toegewijd. Na 1800 ontstond er een groot aantal godsdienstige verenigingen en organisaties, die allemaal het heilig hart in hun vaandel droegen. Ik noem maar de Paters  van de Heilige Harten van Jezus en Maria (SSCC) die in Parijs rond1800 werden opgericht en de Priesters van het Heilig Hart (SCJ), die in 1877 werden gesticht.
Ja, hij was uniek, omdat het hem niet ging om een verering zoals er al zovelen in de katholieke kerk bestaan. Hij zag de Heilig Hart-devotie, als een kracht die heel de kerk kon vernieuwen.
Daarom spreken we tegenwoordig niet over de devotie, maar over de spiritualiteit van het Heilig Hart. Het woord spiritualiteit (spiritus = geest) betekent zoveel als geesteshouding, levenshouding, een houding die heel je leven, heel je doen en laten omvat.

Maar het meest opvallend is misschien de wijze waarop pater Chevalier het woord missionaris gebruikte. Bij het woord missionaris denken wij aan paters en broeders die in de derde wereld (de “missie”) werken en de msc heeft zulke missionarissen ook voortgebracht. Maar pater Chevalier gebruikte het woord in zijn oorspronkelijke betekenis: de leden van zijn Heilig Hart-beweging hadden een zending (missie) om Jezus’ boodschap van liefde in de wereld om hen heen (dichtbij en veraf) handen en voeten te geven.
Pater Chevalier heeft die grote visie maar zeer ten dele kunnen verwezenlijken. De door hem gestichte congregaties zijn nooit heel groot geworden. Hij zelf was uiteindelijk ook niet meer dan een “dorpspastoor” met een groot hart voor mensen in een grijs, middelgroot Frans stadje. Maar hij had wel een visie hoe Jezus’ boodschap kerk en wereld een nieuw gezicht kon geven.
Voor dat visioen heeft hij zich zijn leven lang ingezet en nog steeds zijn er mensen (paters, broeders, zusters en leken) die in zijn spoor verder gaan.