Het lef hebben


 

Het woord lef is een Jiddisch woord dat komt van het Hebreeuwse “lev”, dat hart betekent, en van daaruit ook moed, durf. Iemand die lef heeft, is moedig, durft veel te wagen. In gewoon Nederlands zeggen we ook wel eens: “Heb het hart eens ….”, dat betekent zoveel als: waag het niet om …, een aansporing om vooral iets niet te doen.

 

In de Hebreeuwse bijbel, zeg maar in de oorspronkelijke Joodse bijbeltekst,  komt het woord “lev” (hart) 1163 keer voor. Je kunt dus zeggen, dat het een Bijbels kernwoord is. In de meeste gevallen verwijst het woord hart naar het hart van de mens.
Het hart is symbool van wie de mens ten diepste is, de bron van zijn denken, voelen en handelen en is dus ook – Bijbels gezien – de plaats waar hij of zij zich voor God opent, of zich voor hem afsluit. Het woord hart staat dus niet alleen voor het gevoelsleven van de mens, maar ook voor zijn bewustzijn en van zijn geweten, de plaats waar hij goede én slechte beslissingen neemt.
Omdat het woord hart veel meer betekenis dan allen het fysieke hart van de mens, wordt het in onze Bijbelvertalingen vaak op een andere wijze vertaald, b.v. met het woord “binnenste”.

 

Enkele teksten uit de Bijbel waarin het woord hart voorkomt, met een korte “vertaling”:

 

Spreuken 4, 23: Bewaar uw hart, meer dan alles wat ge moet behoeden, want daar ontspringt de bron van het leven.
In ons hart ontstaan en onze gevoelens en onze plannen, ons hart bepaalt wie we zijn, daarom moeten attent zijn op wat ons hart ons ingeeft.

Spreuken 25,3: De hoogte van de hemel, de diepte van de aarde en het hart van de koningen zijn ondoorgrondelijk.
Wat een mens ten diepste bezighoudt blijft voor een buitenstaander vaak een mysterie.

Sirach 14,30: Een tevreden hart is leven voor het lichaam, maar afgunst is verrotting van het gebeente.
Tevredenheid bouwt je leven op, afgunst breekt het af.

Spreuken 23, 19: Luister mijn zoon en wordt wijs, en leidt uw hart op de rechte weg.
Wees verstandig en maak de juiste keuzes in het leven.

Psalm 73,1: Waarlijk, God is voor Israël goed, voor die rein zijn gebleven van hart.
God heeft zorg voor allen die trouw zijn gebleven in hun geloof.

Psalm 34, 19: De Heer helpt de gebrokenen van hart, die verslagen van geest zijn bevrijdt Hij.
God helpt degenen die verdrietig en verslagen zijn.


En een heel mooie tekst is die van Jezus Sirach 37, 13-14:
En let ook op de raad van je eigen hart, want geen mens verdient zozeer je vertrouwen. Het hart van de mens weet soms meer te melden, dan zeven wachters die hoog op een toren zitten.
Vertrouw op wat je hart je ingeeft.

 

Het hart is ook de plaats waarmee de mens God aanvaardt of afwijst. Zo staat het bijvoorbeeld in Ezechiël 3,7: Maar het volk van Israël  is niet bereid naar u te luisteren (…) het heeft een harde blik en een hart van steen.

 

Daarentegen spreekt Jeremia 24,7 van een ommekeer: Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn, want ze zullen met heel hun hart naar mij terugkeren.

En de beide betekenissen van het woord hart komen op een heel mooie wijze samen in Ezechiël 36,26:
Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven.

 

Zo ontdekken we dat het hart staat voor het eigene van de mens (van een individu of van een heel volk), de plaats waar blijkt of hij zichzelf wel of niet kent. Ons hart bepaalt zo ook hoe we ons tot onze medemens verhouden: of we ons hart (voor de noden van) de ander openen of gesloten houden. Ons hart bepaalt hoe (mede)menselijk we zijn!

 

Het hart kan ons ook openen voor het mysterie van het leven, dat we God noemen. Maar dit is een dubbele beweging: want God heeft ook hart voor de mens en de wereld. Zo wordt in de Bijbel uitgedrukt dat God de wereld en de mens uit liefde heeft geschapen. Als de mens geschapen is als beeld van God (zie het scheppingsverhaal, Genesis 1, 26 en 5,1), dan is het hart de plaats waar mens en God elkaar raken. Het hart is dus de plaats waar God en de mens elkaar ontmoeten. 


 

Voor wie alles wil weten over hoe het hart in de Bijbel ter sprake komt, verwijs ik naar het boek van Jan G. Bovenmars msc, “Bijbelse spiritualiteit van het hart”, uitgegeven door de Missionarissen van het Heilig Hart, Tilburg 1981 (oorspr.: A Biblical Spirituality of the heart, Alba Houser, New York, 1991).