Het Hart van Jezus in de evangelies


 

Het woord hart verwijst naar de kern van ons mens-zijn. Wat ons tot mensen maakt, wat ons ten diepste raakt, of beweegt.
Ook in de Bijbel komt het woord hart vaak voor; hoe gebruikt Jezus eigenlijk dat woord?

 

Het woord hart komt in de vier evangelies een keer of vijftig voor, en bijna altijd gaat het dan om wie iemand (een individu of een groep mensen) ten diepste is. Dat kan positief of negatief zijn. In Matteüs 13,15 neemt Jezus de woorden van Jesaja in de mond: “Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof” (kijk ook eens naar Matteüs 15,9. Al met al zijn deze woorden beslist geen compliment.

 

Maar het meest opmerkelijke spreken over het hart vinden we in Johannes 19.34. Als Jezus aan het kruis gestorven is, komt een soldaat controleren of hij echt dood is. En dan staat er: “Maar een soldaat stak een lans in zijn zijde en meteen vloeide er bloed en water uit”.
Dat lijkt een simpele vaststelling, dat er bloed uit de wonde stroomt verbaast ons niet, maar wat betekent dat water?
Maar deze simpele bijbeltekst drukt veel meer uit, dan alleen een (in onze ogen) overbodige handeling van een soldaat.
De tekst is eigenlijk de vervulling van wat eerder in het Oude Testament is aangekondigd. Bij Zacharia (12,10) staat de beroemde zin: “Zij zullen opzien naar hem die zij doorstoken hebben”, en bij Jesaja (53,5) staat: “Om onze zonden werd hij doorboord”. De steek in de zij wordt zo een doorboring van Jezus zelf, je zou kunnen zeggen: zijn hart is doorboord, misschien niet letterlijk, maar wel op een diepere manier. 

Dat zie je ook, als je kijkt naar de traditionele voorstelling van het Heilig Hart, hiernaast.

Je ziet het vuur van de liefde, de doornen-kroon en de bloeddruppels, maar ook een Litteken, daar waar het hart is doorstoken.

Dat Jezus’ hart is doorstoken betekent, dat hij zijn leven heeft gegeven, zichzelf heeft opgeofferd.

Maar de vraag blijft, wat dan dat water betekent. Ook nu gaat het niet om een feitelijke mededeling, en we begrijpen de term pas goed als we eerst eens kijken naar enkele andere evangelieteksten over water.

In Johannes 4, 10. 13-14 gaat Jezus bij een put in gesprek met een Samaritaanse vrouw, en hij zegt haar dat hij “levend water heeft, waarvan je geen dorst meer krijgt”.
En hetzelfde komt terug in Johannes 7, 37-39 waar Jezus zegt: “Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken. Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft”. En omdat die woorden blijkbaar niet helemaal helder zijn voegt Johannes er aan toe: “Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen”.
De gedachte onder de woorden “bloed en water” is dus dat door de offerdood van Jezus de heilige Geest over zijn leerlingen wordt uitgestort. Pinksteren dus. En het moment waarop Jezus zijn leven geeft is dus het moment waarop de kerk geboren wordt.

 

En zo wordt het moment waarop de soldaat zijn lans in de zij van Jezus steekt, het moment waarop Jezus zich ten diepste openbaart.